
Jurisprudentie
BA5793
Datum uitspraak2007-05-16
Datum gepubliceerd2007-05-29
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/6772 MPW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-05-29
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/6772 MPW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Weigering militair invaliditeitspensioen.
Uitspraak
05/6772 MPW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 oktober 2005, nr. 04/3517 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)
Datum uitspraak:16 mei 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2007. Appellant is daar, met kennisgeving, niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.H. Souren, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de feiten en omstandigheden die de rechtbank bij de aangevallen uitspraak als vaststaande heeft aangenomen.
Ook in hoger beroep staat ten gronde ter beoordeling de vraag of namens gedaagde terecht is beslist dat appellant niet in aanmerking komt voor een militair invaliditeitspensioen.
Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. De Raad onderschrijft de daartoe door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak gegeven overwegingen en maakt deze tot de zijne.
Namens appellant zijn in hoger beroep geen grieven aangevoerd die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.
Hierbij merkt de Raad in het bijzonder nog op dat de namens appellant eerst in hoger beroep aangevoerde grief, dat appellant in bezwaar ten onrechte niet is gehoord, uit oogpunt van een goede procesorde niet meer in de beoordeling kan worden betrokken.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenveroordeling in hoger beroep
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.M. Szabo als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) W.M. Szabo.

